Share on Facebook0Tweet about this on TwitterPin on Pinterest0Share on LinkedIn0Email this to someone

Uit onderzoek blijkt dat de witte bloedcellen van mensen met coeliakie direct reageren op tarwe, rogge en gerst, maar zelden op haver.

Haver, een bron van …

Haver bevat onder andere alkaloïden, lecithine, meervoudig onverzadigde vetzuren zoals linolzuur, fytosterolen, slijmstoffen, polyfenolen zoals koffiezuur en ferulinezuur, veel vitamine B1 en voor de rest vitamine B2, B3, B6, E, K, choline, biotine en foliumzuur (B11). Verder bevat haver vooral calcium en andere mineralen zoals magnesium, ijzer, fosfor, silicium, kalium, koper,  kobalt, mangaan, zink, jodium, chloor en broom. Haver en haverzemelen zijn o.a. goed voor de stoelgang, zijn voedzaam, verzachtend voor de spijsverteringskanalen en zijn gunstig voor cholesterol en suikerspiegel.

Waarom kan haver* wel bij coeliakie?

In haver zitten gliadine (gluten)-achtige eiwitten, m.n. avenines. Ze lijken in de verte op gliadines (in tarwe), hordeïnes (in rogge) en secalines (in gerst). Uit onderzoek blijkt dat de witte bloedcellen van mensen met coeliakie direct reageren op tarwe, rogge en gerst, maar zelden op haver. Dat komt omdat in tarwe meer dan 40 soorten eiwitfragmenten zitten die bij mensen met coeliakie problemen kunnen geven. In gerst zitten er ongeveer 60 en in rogge ergens tussen de 30 en 40. In haver zitten maar 2 van die kleine eiwitfragmenten. Dit is zo’n lage concentratie dat het meestal niet schadelijk is. Bovendien zit er in tarwe verhoudingsgewijs veel meer gliadine dan er avenine in haver zit. Daardoor is haver veel minder of helemaal niet belastend voor mensen met coeliakie.

* Haver die geschikt is voor coeliakiepatiënten mag niet besmet zijn geraakt met gluten tijdens het telen, oogsten, bewaren of verwerken.